Teksten : FLUSH (nivelleren)
Peter Swinnen
Intro
AUTOCAD®, de populaire tekensoftware, maakt in zijn gebruik
een onderscheid tussen modelspace en paperspace.
Een gevolg van deze opsplitsing is dat eenzelfde tekening
ten alle tijde gelijktijdig in twee verschillende ruimten
aanwezig is. De modelspace verschaft de gebruiker
een eindeloze lege ruimte, die naar believen kan ingevuld
worden. Men kan er uiterst gedetailleerd en resultaat gericht
in tekenen, maar modelspace kan tevens als 'schetsblok' of
als driedimensionale 'modelleer ruimte' gebruikt worden. Niets
hoeft er en alles kan. Modelspace is als het ware het virtuele
atelier van de architect. Van het (al of niet rommelige) virtuele
atelier wordt de tekening uitgepuurd en getransponeerd naar
een smetteloze presentatie voorzien van passe-partout: paperspace.
Hoe geavanceerd en versatiel AUTOCAD® ook mag zijn, de
basis blijft geijkt op een haast kinderlijk eenvoudig en onvermijdelijk
produktieproces: van modelspace naar paperspace, van creatie
naar presentatie, van atelier naar galerij, van model naar
kunstwerk.
Intro2
Wanneer recensenten het werk van Ronny Heiremans onder de
loep nemen, durven ze al eens te koketteren met al te evidente
begrippen. Een van de meest voorkomende kreten is 'architecturale
constructies', voornamelijk doelend op de eigenhandig getimmerde
structuren. Dit label wordt in teksten/kritieken zelden of
nooit verder ontwikkeld, waardoor het werk eerder verdoezeld
dan wel uitgelicht wordt. Om duidelijk te zijn; Ronny Heiremans
maakt géén architectuur, laat staan een constructieve
architectuur. Hij maakt daarentegen wel constructies - letterlijk
en figuurlijk - maar het zijn constructies die net door hun
manier van opbouw niets meer met architectuur (kunnen) te
maken hebben. Puristen zouden deze laatste stelling evenwel
met gemak kunnen weerleggen. Immers, het woord architectuur
bestaat etymologisch gezien uit twee delen: arché
(begin, oorsprong, eerste oorzaak) en tektonìa
(timmerwerk). De architect is letterlijk de hoofdtimmerman.
En opvallend genoeg speelt veel van Heiremans' werk zich af
binnen het idioom van de hoofdtimmerman. Maar sinds haar oorsprong
heeft de architectuur een dusdanig socio-politieke en economische
evolutie doorgemaakt - ze heeft zich als het ware geëmancipeerd
- dat elk alluderen op architectuur eerder als tendentieus
dan wel fundamenteel kan begrepen worden.
Model
In de titels van zijn werken verwijst Ronny Heiremans meer
dan eens naar de notie van het model. Strikt gezien kan het
model gedefinieerd worden als een voorbeeld - een ideaal -
waarnaar een (kunst)werk wordt uitgevoerd. Heiremans lijkt
in zijn werk bewust niet te willen komen tot de uitvoering
van het (kunst)werk. Steeds weer bouwt hij gerichte stoorzenders
in. Zijn onderzoek naar en fascinatie voor het model verhinderen
een finaliteit van welke aard dan ook. Zoals het een model
betaamt vieren ook hier simulatie en wisselvalligheid steeds
weer hoogtij. Het model heeft an sich geen context nodig.
Aangezien het model een uitgesproken schematisering van de
werkelijkheid is, begrijpt het zichzelf als omgeving. Het
heeft genoeg aan zichzelf. Het model belichaamt Heiremans'
onconditionele keuze voor vrijheid. Zijn beheersing stelt
hem in staat om halt te houden (in te houden) bij het model,
waarbij de realisatie van het uiteindelijk werk zich als overbodige
luxe manifesteert, een ongewenste dystopie. Ronny Heiremans
maakt alzo de realiteit tot model, dan wel het model tot realiteit.
Het blijft evenwel een open vraag hoe 'ideaal' het model in
deze radikale benadering nog is, of hoezeer het model nog
model is
Schaal
De duidelijke keuze voor het model als onderzoeksmedium impliceert
tevens de mogelijkheid voor grotere variaties op het vlak
van schaal. Niets is wat het lijkt. De manier van constructie,
de keuze van materialen, de standpunten - alle suggereren
een fascinatie voor een vorm van schaalloosheid. Ze nivelleren
op een uiterst efficiënte wijze elk vermoeden van schaal.
Zelfs Heiremans' schaal 1/1 objecten zijn niet levensecht,
het zijn inkrimpingen - open bekistingen - van de ruimte.
Nergens vindt men een referentieel schaal element terug, en
als er al eens een 'trap' of een 'raam' lijkt te verschijnen
dan slaat de twijfel pas goed toe. Eigenlijk kan enkel de
potentiële gebruiker duidelijkheid brengen, ware het
niet dat Heiremans' constructies er alles aan doen om gebruik
te ontmoedigen. Alles is omgevormd tot typologie. Ook de veelvuldige
referentie naar het begrip 'bouwdoos' - iets wat keer op keer
kan heropgebouwd worden - verwijst veeleer naar de wereld
van het schaalmodel dan naar de wereldse realiteit. De diffuse
verschaling is niet enkel eigen aan Heiremans' 'constructief'
werk, ook de video manipulaties vertonen eenzelfde interesse
in schaalopheffing. Zo wordt met het werk Landscape (inverted)
het onderzoek naar verschaling ten top gedreven. Een onooglijk
hoopje rommel wordt er door het oog van de camera omgevormd
tot een hyperbeeld van een (polair) landschap. De idylle wordt
verstoord op het ogenblik dat bezoekers voor de lens lopen,
plots verschijnen er godzilla-achtige 'poten' in het landschap,
en wordt het panorama omgevormd tot een close-up. Het beeld
gaat aan de haal met ons oriëntatievermogen: een hyperbeeld
in close-up, een dimensie waarin afstand nemen onmogelijk
is geworden, een totale promiscuïteit tussen de blik
en het waargenomene.
Reconstructie & recyclage
Ronny Heiremans onaflatende constructiedrang is een mooi voorbeeld
van iteratie, zowel door reconstructie als door recyclage.
Alles komt getransformeerd terug, zoveel is zeker. Het gaat
hier niet zozeer over een kwestie van gewilde economie, veeleer
betreft het de wil tot het zinspelen op iets wat van het voorgaande
afwijkt. Tracht Heiremans op deze manier het model alsnog
te ontsnappen? De nadruk op reconstructie en recyclage kan
tevens gelezen worden als een vrijgeleide om gemiste kansen
om te buigen tot opportuniteiten. Niets gaat verloren. Een
pro-aktief optimisme? (Re)construction #1 is een
oefenopstelling voor de Tableaux Vivants in het Happark
en Display (model) is een fragment een vroeger ongerealiseerd
werk. Door deze partiële iteraties wordt het statuut
van het model steeds verder ondermijnd - want is een model
van een model nog steeds een model? Heiremans flirt hier met
een vervaarlijke spiraal waarvan de uitkomst nog moet uitgemaakt
worden. Hoe dan ook oscileren de objecten, gesimuleerde landschappen,
bekistingen en constructies steeds weer tussen het bewust
onafgewerkte en de onvermijdelijke vernietiging. Het zijn
plekken waar de lagere zintuigen een ereplaats toebediend
krijgen.
Gesimuleerde verdwijning/verschijning
Het werk van Heiremans draait uiteindelijk rond vermomde leegte:
er zijn geen of slechts gedeeltelijke vloeren, muren zijn
hol en vaak transparant, pilasters lijken te zweven (Sets
of outside worlds). Schijnbaar worden de constructies
nooit afgewerkt, daarvoor worden ze te snel afgebroken. De
structuren - zelfs de video ensceneringen - worden steevast
'flush' (waterpas) geplaatst ten aanzien van de ondergrond.
Het samenspel van aarde en lattenwerk, en soms plastic, maakt
dat de bouwsels in een continu spel van verschijning/verdwijning
spelen, waarbij het onduidelijk gemaakt wordt of het landschap
nu eerst aanwezig was, dan wel de structuur. Of het om een
excavatie gaat of over een overwoekerende mudstream. Naast
het solo-onderzoek werkt Heiremans steeds vaker met Katleen
Vermeir. In deze duo formaties verkrijgen zijn structuren
een lager mimetisch gehalte. Ook hier weer vindt er een verdubbeling
van het model plaats, misschien zelfs een omkering. Heiremans
construeert 'decors' waarbinnen Katleen Vermeir haar Tableaux
Vivants ensceneert, zo lijkt het. In hun scenografische
toestand zijn Heiremans' constructies misschien meer dan ooit
(kunst)werken. Pas nadat de opnames van de Tableaux verlopen
zijn, en de structuren als schijnbare relicten achterblijven,
nemen ze als vanouds hun rol van model opnieuw weer op. Binnen
deze constellatie evolueert Heiremans' werk in een mum van
tijd van model over cadavre exquis tot opnieuw model,
om uiteindelijk gerecycleerd en/of gereconstrueerd elders
op te duiken. De inzet van eigen werk als vitale onderligger
voor andermans werk getuigt van een doorgedreven zin voor
alterioriteit, waarbij het gangbare solipsistisch gedrag van
dé kunstenaar aan de kaak wordt gesteld. Maar ook in
zijn solo-onderzoek steekt de notie van alterioriteit steeds
vaker de kop op. In Temporary Display registreert
Ronny Heiremans (andermans) jaarlijkse opbouw en afbraak van
een houten passage onder de Niagara watervallen. In de tijd
liggen opbouw en afbraak ver uit mekaar. In Heiremans' montage
lopen ze naadloos in mekaar over tot een continue mierenarbeid
zonder ogenschijnlijk doel of gebruik voor ogen. Los van het
feit dat de houten constructie een vormelijke allusie op Heiremans'
eigen werk is, kan deze observatie oefening in geobjectiveerde
manipulatie voor de kunstnaar zelf tot nieuwe inzichten in
de ontwikkeling van zijn werk leiden. Een aangename afstand.
Ronny Heiremans -
Temporary Display
Solo exhibition Netwerk Galerij
20/09/03 > 25/10/03
